Zorgvraag van de toekomst

Zorgvraag van de toekomst

Belangrijkste ontwikkelingen
•    Het aantal mensen met ouderdomsziekten zal fors toenemen door de vergrijzing. Hierdoor neemt de druk op het gehele zorgsysteem toe, van mantelzorg tot eerstelijnszorg en van spoedzorg tot verpleeghuiszorg.
 

(Diverse openbare bronnen)

•    Door toename van het aantal ouderen zijn er in de toekomst ook meer mensen met meerdere aandoeningen tegelijk (Multi morbiditeit). Een deel van de ouderen heeft daarnaast ook sociale problemen, zoals eenzaamheid. Het aantal mensen met een complexe, domein overstijgende zorgvraag zal hierdoor toenemen.
•    De zorgvraag verandert door de steeds succesvollere behandeling van sommige aandoeningen. Dit heeft ook gevolgen voor lange termijn, met name op de kwaliteit van leven van patiënten en de (on)mogelijkheden om mee te doen met het maatschappelijk leven.
•    Patiënten doen steeds meer zelf. Dit vergt nieuwe en andere vaardigheden van patiënten en zorgverleners, maar ook aandacht voor groepen die hier moeite mee hebben.
•    De mentale druk op jongeren en jongvolwassenen lijkt toe te nemen, met mogelijke consequenties voor hun psychische gezondheid. Technologieën zoals social media en virtual reality spelen hierbij een rol. Deze brengen nieuwe risico’s met zich mee, maar bieden ook kansen voor de behandeling van psychische aandoeningen.
•    De verwachtingen die zowel patiënten als zorgverleners hebben van de mogelijkheden van de gezondheidszorg nemen toe, mede gevoed door technologische ontwikkelingen. Hierdoor is het voor beide partijen moeilijker te accepteren wanneer iets niet opgelost of genezen kan worden.
•    Diagnoses en behandelingen worden steeds specifieker. Dit leidt tot een voortschrijdende personalisering van zorg. Een toename van unieke behandelpaden zorgt voor druk op een efficiënt ingericht zorgsysteem dat een zekere mate van uniformiteit in behandelingen veronderstelt.
•    Zorg verschuift steeds meer naar bij de patiënten thuis. Dit vergt aanpassingen in het zorgsysteem en van de vaardigheden van zorgprofessionals en patiënten.
•    Bepaalde groepen patiënten, zoals alleenstaande oudere mannen, migrantenouderen en LHBT-ouderen, zullen groeien, en hun specifieke wensen en behoeften zullen daarmee duidelijker worden. Momenteel is de kennis over deze groepen nog beperkt.
 

Bredere determinanten van gezondheid
Belangrijkste ontwikkelingen
•    Grotere steden groeien door. Dit kan positieve effecten hebben op de volksgezondheid (meer draagvlak voor voorzieningen), maar ook negatieve (bijvoorbeeld door meer luchtverontreiniging en meer drukte en stress).
•    Binnen de steden nemen verschillen tussen buurten en wijken toe door uitsortering van bevolkingsgroepen. Hierdoor ontstaan wijken met een opeenstapeling van gezondheidsrisico’s en wijken met een veel gunstiger profiel.
•    Door de afname van de bevolking in krimpregio’s komen voorzieningen onder druk te staan. Tegelijkertijd neemt in deze regio’s de vergrijzing het hardst toe, waardoor er meer vraag naar zorg zal zijn.
•    De inrichting van de leefomgeving speelt een belangrijke rol bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Het goed inzetten van groen en water in de leefomgeving is hierbij erg belangrijk. Gezondheidseffecten van klimaatverandering hebben onder andere te maken met hittestress en de verspreiding van ziekteverwekkers en allergenen.
•    Er is steeds meer vraag naar maatwerk in woonvormen. De toekomstige Omgevingswet moet ervoor zorgen dat ruimtelijke beleid in buurten beter aansluit bij de lokale situatie. Het steeds verder afstemmen van woonvormen op de wensen van bewoners heeft positieve effecten (meer welbevinden, beweegvriendelijke omgeving, zorgvoorzieningen op maat) maar kan ook segregatie in de hand werken.
•    De inzet van nieuwe technologieën in de leefomgeving biedt kansen voor de autonomie en zelfredzaamheid van burgers. Voorbeelden zijn het zelf meten van luchtkwaliteit of geluid in je omgeving, het inzetten van eHealth en domotica waardoor de toegankelijkheid van de zorg verbetert, mensen thuis behandeld kunnen worden en langer thuis kunnen blijven wonen, en het inzetten van zelfrijdende voertuigen.
•    Lucht-, water- en bodemkwaliteit verbeteren naar verwachting verder in de toekomst. Er zijn echter wel nieuwe risico’s die waakzaamheid vergen, zoals de toename van medicijnresten in het oppervlaktewater door de vergrijzing. Een ander potentieel risico vormt de steeds verdere verspreiding van microplastics in ons milieu. De gezondheidseffecten hiervan zijn echter nog niet duidelijk.
•    Intensieve veehouderij brengt risico’s voor de volksgezondheid met zich mee, bijvoorbeeld door de uitstoot van fijn stof, en door verspreiding van ziekteverwekkers en resistente bacteriën. Er is al beleid ingezet om deze risico's te verminderen, maar alertheid op bijvoorbeeld de uitbraak van zoönosen blijft geboden.
•    Geluidshinder neemt naar verwachting toe in de toekomst ten gevolge van de toenemende bevolkingsdichtheid, de voortgaande verstedelijking en de groei van het verkeer. Ongewenst geluid kan leiden tot ziekte, hinder, slaap- en concentratieproblemen.
•    De 24 uurseconomie zal verder doorzetten waardoor avond, nacht en weekendwerk meer gaan vóórkomen. Dit kan leiden tot een verstoring van de biologische klok, wat de kans op bepaalde chronische aandoeningen vergroot. Verder kan druk door altijd bereikbaar (moeten) zijn leiden tot stress.
•    Verdere flexibilisering van arbeidsrelaties heeft positieve effecten op autonomie en eigen regie, maar brengt ook baan- en inkomensonzekerheid met zich mee, en daarmee negatieve effecten op de psychische gezondheid.
•    Door robotisering zullen sommige banen verdwijnen, maar er zullen ook nieuwe banen bij komen. Robotisering heeft een positief effect op de kwaliteit van arbeid, omdat het fysiek zwaar, gevaarlijk, vies en/of saai werk kan overnemen. Maar het kan ook leiden tot baanonzekerheid, met psychische gezondheidsproblemen, zoals stress of depressie, als gevolg.
•    De digitalisering vraagt om andere competenties van werknemers, die bovendien snel veranderen. Een leven lang leren wordt hierdoor cruciaal. Laagopgeleiden, ouderen, flexwerkers en mensen met een slechte gezondheid zullen mogelijk achterblijven in de deelname aan levenslang leren, en daarmee een slechtere positie op de arbeidsmarkt krijgen.
•    De samenstelling van de beroepsbevolking verandert door onder andere feminisering en veroudering. Feminisering is positief voor de participatie van vrouwen, maar brengt ook een verhoogde druk met zich mee omdat vaak werk- en (mantel-)zorgtaken gecombineerd moeten worden. Meer oudere werknemers betekent meer mensen met chronische aandoeningen op de werkvloer. De stijging van de pensioenleeftijd leidt tot meer arbeidsongeschikten en toenemende sociaaleconomische verschillen.

 

Technologie
Belangrijkste ontwikkelinge
•    Data-gedreven technologie in de zorg verbetert de (volks)gezondheid en zorg, mits deze wordt ingezet binnen een lerend systeem, met open data-uitwisseling tussen betrokken partijen. Data-gedreven technologie speelt al een grote rol in veel aspecten van ons dagelijks leven, maar de implementatie en opschaling van e-Health loopt achter. Om het potentieel van toepassingen zoals e- health te benutten, moeten belemmeringen in onder andere bekostigingssystematiek, wet- en regelgeving en de beheersing van digitale vaardigheden door zorgverleners en patiënten worden opgelost. Inzet van data-gedreven technologie in de zorg brengt ook risico’s met zich mee, in het bijzonder op het gebied van databescherming en privacy.
•    Robots nemen steeds meer taken van ons over. Deze robotisering kan positieve gevolgen hebben voor (volks)gezondheid, bijvoorbeeld door het overnemen van risicovolle taken (zoals van hoogwerkers en autobestuurders) en lichamelijk zware taken (zoals van bouwvakkers en verpleegkundigen). Negatieve effecten op en risico’s voor de (volks)gezondheid van robotisering zijn onder andere het stimuleren van inactiviteit en de steeds grotere afhankelijkheid van techniek.
•    Gentechnologie kan voor de diagnostiek en behandeling van ziekten van grote betekenis zijn. Het is echter lastig een eenduidig verband te leggen tussen persoonlijke erfelijke informatie en de kans om daadwerkelijk ziek te worden. Dit brengt onzekerheid met zich mee. Gentechnologie roept ook andere ethische dilemma’s op, bijvoorbeeld met betrekking tot het recht om dingen niet te willen weten, en het manipuleren van genetische informatie en maakbaarheid.
•    3D-Printing decentraliseert productontwikkeling en productie en biedt meer producten op maat. Het leidt tot minder verspilling en meer gepersonaliseerde hulpmiddelen, wat een positief effect op (volks)gezondheid, autonomie en participatie kan hebben. Tegelijkertijd wordt bescherming tegen het risico op onveilige producten lastiger.
•    Onze werkelijkheid is steeds vaker een schijnwerkelijkheid ofwel virtuele realiteit. Virtual reality en augmented reality kunnen worden ingezet om welzijn en gezondheid te verbeteren, bijvoorbeeld door het voorkomen van sociale isolatie of het laten ervaren van hulpverleners hoe het leven voor hun patiënten is. Het is voorstelbaar dat de schijnwerkelijkheid ook gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, maar hierover is tot nu toe niet veel bekend.
•    De relatie tussen technologie en zorguitgaven is complex, en wordt ook beïnvloed door ontwikkelingen van buiten de zorg. Nieuwe technologie kan de zorg duurder maken door vaker ingrijpen, maar ook goedkoper door sneller, efficiënter en effectiever ingrijpen. Het realiseren van de kostenbesparing door technologie vraagt veel van de organisatie van de zorg.
 

Vorige bericht Terug Volgend bericht