Watersnoodrampen

Watersnoodrampen

Door de eeuwen heer, heeft Nederland een problematische relatie gehad met het water.
Talloze overstromingen hebben de lage landen geteisterd. Toch hebben de stijfkoppige Hollanders het water steeds weer te bedwingen. Vaak ten koste van talloze levens, van have en goed. Maar Nederland (neder-land) heeft steeds opnieuw droge voeten. Hieronder een opsomming van de aanvallen door de jaloerse zee.

Hieronder vindt u een overzicht van de strijd van de Nederlanders tegen het water, vanaf het jaar 838 tot en met vandaag.

 

(auteur: JD)
 

Stormvloed van 838

Tijdens de stormvloed van 838 loopt op 26 december een groot deel van Noordwest-Nederland, toen behorend tot het Frankische Rijk, onder. Gebrek aan goede dijken was een belangrijke oorzaak van deze watersnood.

Watersnood van 1014

De Watersnood van 1014, die plaatsvond op 28 september 1014
De watersnood trof eerst de Engelse kust, zodanig dat het zeewater ver het land binnendrong. In de avond trof de watersnood Vlaanderen en het zuidelijke deel van Nederland.

De Stormvloed van 1042

De Stormvloed van 1042 is een stormvloed die plaatsgevonden zou hebben in het jaar 1042. De vloed wordt in één bron vermeld: de Annales Blandinienses. Volgens deze bron werd Vlaanderen op 2 november van het jaar 1042 door een grote overstroming getroffen. 

Stormvloed van 1134

De stormvloed van 1134, de eerste grote stormvloed na de stormvloed van 1014, trof vooral het zuidwesten van Nederland. Door de stormvloed werden de verschillende kreken in Zeeland, die vooral ontstaan waren in 1014, vergroot en daarmee ook de invloed van de zee in het binnenland. Bronnen melden dat Zeeland hierbij verwerd tot een archipel.

Sint-Thomasvloed van 1163

De Sint-Thomasvloed was een stormvloed in 1163 die vooral Holland trof, dat in dat jaar al verschillende malen met overstromingen te kampen had. Dit resulteerde in het breken van dijken langs de Maas.

Sint-Julianavloed van 1164

Van 16 op 17 februari 1164, op de naamdag van de heilige Juliana, trof de Sint-Julianavloed het huidige Friesland, Groningen en Noord-Duitsland, vooral het stroomgebied van de Elbe. Hierbij werd grote schade aangericht.

Allerheiligenvloed van 1170

De Allerheiligenvloed van 1170 was een grote overstroming die ontstond toen de Noordzee tussen het huidige Huisduinen en Texel door de duinenrij brak. Deze overstroming markeerde een begin van het vergroten van het Almere en het openen naar de Noordzee, zodat de Zuiderzee en de Waddenzee uiteindelijk konden ontstaan.

Sint-Nicolaasvloed van 1196

Bij de Sint-Nicolaasvloed in december 1196 werden, net als bij de Allerheiligenvloed (1170), grote delen van Noord-Nederland en het Zuiderzeegebied waaronder het eiland Griend overstroomd. Waar de stormvloed van 1170 een begin maakte met het wegslaan van grote veengebieden, verergerde deze storm deze afslag. Het resultaat van deze storm was een afslag van de veengebieden in West-Friesland en een vergroting van de Waddenzee en het Almere of de Zuiderzee.

Stormvloed van 1212

Bij de stormvloed van 1212 werd het gebied van de huidige provincie Noord-Holland getroffen door een overstroming. Bronnen noemen 36.000 en zelfs 60.000 slachtoffers, maar het is zelfs niet zeker of er dat jaar überhaupt een overstroming heeft plaatsgevonden in Noord-Holland. 

Stormvloed van 1214

 Bij de stormvloed van 1214 werd een groot gebied getroffen. Niet alleen overstroomden grote delen van Zuid-Nederland, maar ook het noorden van Nederland, dat twee jaar daarvoor ook al door een stormvloed getroffen was. Dit resulteerde in een verdere afslag van veengebieden in heel Nederland. 

Sint-Marcellusvloed  van 1219

Bij de eerste Sint-Marcellusvloed, op 16 januari 1219, de naamdag van de heilige Marcellus, werden, net als bij de Allerheiligenvloed (1170), de Sint-Nicolaasvloed (1196) en de stormvloed van 1214, grote delen van Noord-Nederland en het Zuiderzeegebied overstroomd.

Stormvloed van 1220

 De Stormvloed van 1220 of Driekoningenvloed is een stormvloed die plaatsvond in het jaar 1220 in de Ommelanden (in de huidige provincie Groningen). 

Stormvloed van 1221

Voor het derde jaar achter elkaar werden de Ommelanden (in de huidige provincie Groningen) getroffen door stormvloeden. Volgens de kroniek van Emo vonden zelfs twee stormvloeden van 1221 plaats; op 24 februari en 18 september. Het gebied werd daarbij net als voorgaande jaren overspoeld door zeewater, waardoor herstelwerkzaamheden ongedaan werden gemaakt. Ook de bodem verziltte verder. 
Romeinse brug van Maastricht
De Romeinse brug van Maastricht was een brug die omstreeks of kort na het midden van de eerste eeuw na Chr. door de Romeinen gebouwd werd over de rivier de Maas in Maastricht.[noot 1] De brug, eigenlijk een reeks bruggen die elkaar in de loop der eeuwen zijn opgevolgd, lag in het verlengde van de Plankstraat, zo'n 130 meter ten zuiden van de huidige Sint Servaasbrug en heeft mogelijk tot 1275 dienstgedaan. De archeologische vindplaats van de brug is sinds 2017 een rijksmonument. 

Sint-Luciavloed van 1287

De Sint-Luciavloed (ook wel stormvloed van 1287) was een zware stormvloed die plaatsvond van 13 op 14 december 1287, de naamdag van de Heilige Lucia. De gegevens over deze vloed zijn echter beperkt.

Sint-Aagthenvloed van 1288

De Sint-Aagthenvloed vond plaats op 5 februari 1288, de naamdag van de heilige Agatha. Hij trof vooral Zeeland en Zuid-Holland. Het precieze aantal slachtoffers is niet geheel duidelijk, maar bronnen melden duizenden slachtoffers.

Simon en Judasvloed van 1287

Nadat in december 1287 de Sint-Luciavloed Groningen overstroomde, werd de provincie Groningen binnen een jaar weer getroffen door een stormvloed, de Simon en Judasvloed. Doordat de dijken nog niet hersteld waren, had het water vrij spel. Volgens de kroniek van Bloemhof drong de zee het land binnen bij Oterdum (een nieuwe overstroming in 1290 sloeg de sluizen van Oterdum weg), Usquert, in de Marne en in Zuurdijk. De zee bereikte daardoor lagere streken zoals Garmerwolde, Woltersum en Oostwold.

Sint-Clemensvloed van 1343
De Sint-Clemensvloed of Sint-Clemensnacht was een overstroming die Zuidwest-Nederland, Zeeland en Holland, en de kust van Vlaanderen trof op 23 november 1334, de naamdag van de heilige Clemens. Daarnaast werd ook de kust van Engeland, maar vooral de monding van de Theems getroffen.

Sint-Marcellusvloed van 1362
De tweede Sint-Marcellusvloed of Eerste Grote Mandränke (grote verdrinking van mensen) vond plaats van 15 op 16 januari 1362, de dag van de heilige Marcellus. De eerste Sint-Marcellusvloed vond plaats in 1219.
Stormvloed van 1374
De stormvloed van 1374 was een van de vele stormvloeden die vooral Zuidwest Nederland trof. Als gevolg van deze stormvloed breidt de Braakman zich verder uit. Ook Walcheren, Borsele, Voorne, Westvoorne en Goeree worden getroffen. Verder richt de stormvloed ook schade aan in de Zwijndrechtse Waard, de Riederwaard, en de Groote of Hollandsche Waard.
Eerste St. Elizabethsvloed van 1404
Op 19 november 1404 overstromen grote delen van Vlaanderen, Zeeland en Holland. Deze stormvloed staat bekend als de eerste St. Elizabethsvloed. De schade is enorm. Na eerdere overstromingen zijn de polders opnieuw omdijkt en verrezen er nieuwe parochies. Dat alles gaat verloren. De stadjes IJzendijke en Hugevliet worden verzw door de golven.

Tweede St. Elizabethsvloed van 1421
Op 19 november 1421 zaait de Tweede St. Elizabethsvloed dood en verderf in Zeeland en Holland. De watersnood is het gevolg van een zeer zware noordwesterstorm in combinatie met een extreem hoge stormvloed. Noord-Beveland wordt het zwaarst getroffen. Zo zwaar dat Jan van Beieren – graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen – het gebied vrijstelt van een deel van de belastingen om zo herstelwerkzaamheden mogelijk te maken.

Derde Sint-Elisabethsvloed van 1424
 De derde Sint-Elisabethsvloed vond plaats van 18 op 19 november 1424, de naamdag van Sint-Elisabeth. Hij trof vooral Zuidwest-Nederland.

Cosmas- en Damianusvloed van 1477

De stormvloed van 1477, ook wel de eerste Cosmas- en Damianusvloed genoemd, was een stormvloed die op 27 september 1477 woedde in een gebied dat anno 2018 (delen van) Nederland, België en Duitsland omvat.
Cosmas- en Damianusvloed van 1509 
De stormvloed van 1509, ook wel de Tweede Cosmas- en Damianusvloed genoemd, was een stormvloed die het huidige Groningen en de toenmalige graafschappen Holland en Zeeland trof in de nacht van 25 op 26 september 1509.

1512 Door het ijs gezakt
Een processie ter ere van de inwijding van de Dorpskerk van Charlois zakt door het ijs van de Maas. Een groot deel van de processiegangers verdrinkt. Schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van 1.000 tot 4.000. De plek waar deze ramp zich voltrok werd voortaan Papengat of Monnikenput genoemd.
Sint-Jeronimusvloed van 1514
De Sint-Jeronimusvloed in 1514, die ook wel de Sint-Jeroensdagvloed of de Sint-Hiëronymusvloed genoemd wordt, was een van de vele stormvloeden die Nederland trof.
Sint-Felixvloed van 1530
De Sint-Felixvloed van 1530 was een watersnood in het stroomgebied van de Westerschelde die plaatsvond op zaterdag 5 november, de naamdag van Sint-Felix (eigenlijk 4 november). Deze dag zou later bekend komen te staan als quade saterdach (= slechte zaterdag). Er vielen veel slachtoffers, maar het exacte aantal is onbekend.
Allerheiligenvloed  van 1532
De Allerheiligenvloed was een stormvloed die Nederland trof op 2 november 1532

Sint-Pontiaansvloed van 1522
De Sint-Pontiaansvloed of de Sint-Pontiusvloed, vernoemd naar Sint-Pontiaan, vond plaats op 13 januari 1552. Hij trof de hele westelijke kust van Nederland.
Allerheiligenvloed van 1570
 Op 1 november 1570 werden de Nederlandse en Vlaamse Kust geteisterd door een watersnood, de Allerheiligenvloed of Allerzielenvloed. Getroffen steden en dorpen waren onder andere Egmond, Bergen op Zoom en Saeftinghe.
Kerstnacht 1593: 44 vergane schepen
Het is kerstavond 1593 en de Amsterdamse handelaar Roemer Visscher staat een vreselijk bericht te wachten. In die nacht voltrekt zich namelijk een grote ramp: 44 Hollandse schepen vol graan vergaan op de Texelse Rede met man en muis. Veel doden en veel schade. En opdat we niet vergeten, én omdat Visscher - handelaar maar ook dichter - hield van woordgrapjes, noemde hij zijn na de kerst geboren dochter: ‘Tesselschade’. We hopen dat zijn dochter het ook leuk vond.
Emerentiavloed of Pontiaansvloed van 1610

De Emerentiavloed of Pontiaansvloed was een stormvloed die op 23 januari 1610 grote delen van Nederland trof.  Er staat de dagen ervoor al een behoorlijke noordwesterstorm, en op de 23e is deze op haar hoogtepunt. Het is de zwaarste vloed sinds de Allerheiligenvloed van 1570. Zwaar getroffen gebieden en plaatsen zijn: Waterland boven Amsterdam met Zaandam en Westzaan, en Medemblik, Enkhuizen, Hoorn, Texel, Wieringen, Dordrecht, Rotterdam, Workum, Hindeloopen, Stavoren. 

Overstroming van de Maas in 1643
Bij de overstroming van de Maas in 1643 bereikte de Maas haar hoogste waterpeil in eeuwen en ook in de eeuwen daarna zou de Maas nooit meer een dergelijk hoge waterstand bereiken. De  vele dijkdoorbraken en overstromingen veroorzaakten enorme schade en kostten honderden mensen het leven. De omvang van de waterafvoer wordt geschat op 3.600 m³/s, meer dan 15 keer zoveel als de gemiddelde afvoer van de Maas.

Sint-Pietersvloed van1651
De Sint-Pietersvloed (Duits: Petriflut) was de benaming voor twee verschillende stormvloeden die in 1651 de kusten van Nederland en Duitsland troffen en voor grote overstromingen zorgden. Bij de eerste (22 februari) werd het Waddeneiland Juist in twee delen gespleten. Bij de tweede (4-5 maart) liep Amsterdam onder.

Storm van 1 augustus 1674
De zomerstorm van 1 augustus 1674 was een uitzonderlijke weersituatie die in Noordwest-Europa grote schade aanrichtte door onder meer zware onweersbuien, hagel en windstoten. De storm trok vanuit het huidige Noord-Frankrijk ruwweg noordwaarts over België en Nederland tot aan Noord-Duitsland. Het resulteerde in tal van ingestorte gebouwen, vele slachtoffers en een ontwricht maatschappelijk leven. In de stad Utrecht ontstond de grootste schade. Daar richtte een tornado een enorme ravage aan. 
Allerheiligenvloed van 1675
Bij de Allerheiligenvloed van 1675 werd voornamelijk Noordwest-Nederland getroffen resulterend in overstroming van:
•    delen van Terschelling
•    de omgeving van Stavoren en Hindeloopen
•    de polder Mastenbroek bij Kampen
•    het gebied tussen Schagen en Den Helder
•    Noord-Holland ten oosten van Alkmaar
•    de omgeving van Amsterdam
•    een heel groot gebied rond het Haarlemmermeer.
Stormvloed van 1682
De Stormvloed van 1682 trof op 26 januari 1682 het Deltagebied van Zuidwest Nederland en Vlaanderen. Door een combinatie van springtij en noordwesterstorm ontstonden op veel plaatsen overstromingen. In Zeeland overstroomden 161 polders. De dorpen Valkenisse en Bommenede verdronken, alsmede het nabij Valkenisse gelegen Fort Keizershoofd en het nabij Retranchement gelegen Fort Oranje. Op Goeree-Overflakkee verdronken 22 personen. Te Dordrecht stort een molen met vluchtelingen in, waarbij 10 personen om het leven komen. 
Storm van 15 november 1683
In november 1683 woedde een zeer zware storm in het Noordzeegebied. Acht van 's Landsvloot oorlogsschepen vergingen voor de Hollandse Kust. De vloot onder het bevel van de luitenant-admiraal Willem Bastiaensz Schepers, op thuisreis vanuit de Scandinavische wateren, werd op de Noordzee overvallen door een zware storm, die in vijf dagen tijd aanzwol tot een orkaan. Hierbij vergingen in de nacht van 15 november 1683 de volgende schepen:
Sint-Maartensvloed van 1686
De Sint-Maartensvloed vond plaats van 12 op 13 november 1686, vlak na de naamdag van Sint-Maarten. De stormvloed trof vooral de provincie Groningen
Decemberstorm van 1703
De decemberstorm van 1703 was een verwoestende voormalige tropische cycloon die op 7 en 8 december 1703 langstrok (26/27 november volgens de oude Engelse kalender). Vooral midden- en Zuid-Engeland werden zwaar getroffen. Ook Nederland, België en Duitsland bleven niet gespaard. Winden met orkaankracht deden rond de 2.000 schoorstenen in Londen sneuvelen en in New Forest werden 4.000 eiken ontworteld. Schepen werden honderden mijlen uit de koers gedreven of vergingen; alleen al op de Goodwin Sands ten oosten van Dover verdronken meer dan 1.100 matrozen van de marine en ongeveer eenzelfde aantal van koopvaarders

Kerstvloed 1717 
De Kerstvloed was een stormvloed die optrad in de nacht van 24 op 25 december 1717 en grote gevolgen heeft gehad voor de getroffen gebieden aan de Noordzeekust. De Kerstvloed was het gevolg van een noordwesterstorm, die in de kerstnacht het kustgebied van Nederland, Duitsland en Denemarken trof. In totaal verdronken ca. 14.000 mensen. Het was de laatste grote overstroming in Noord-Nederland. Het water reikte tot de stad Groningen en ook tot onder  andere Zwolle, Dokkum, Amsterdam en Haarlem. Veel dorpen die dicht bij zee lagen, zoals West-Vlieland en dorpen achter de zeedijken in Groningen (zoals Den Andel en Westernieland), werden volledig verwoest. Volgens schattingen verdronken er in de provincie Groningen ruim 2.276 mensen, 11.666 koeien, 3.200 paarden en 21.214 schapen en werden 1.560 huizen verwoest. De reddingsoperatie in Groningen stond onder leiding van Thomas van Seeratt.

Watersnood van 1741

Een jacht zeilt over het overstroomde land en langs verdronken dorpen tijdens de watersnood na het doorbreken van de dijken, december 1740 - januari 1741. In allegorische omlijsting met de Faam en vier riviergoden. Kaart van Zuid-Holland waarop in verschillende kleuren de gebieden die getroffen zijn bij de overstromingen in begin 1726 en in december 1740 en januari 1741 zijn aangegeven.
Watersnood van 1775
Tijdens de watersnood van 1775 braken op 14 en 15 november 1775 door een zware noordooster storm op veel plaatsen de dijken door in Nederland. Vooral Noordwest-Overijssel werd zwaar getroffen. Het dorp Beulake werd vrijwel geheel verwoest. In Mastenbroek verdronken zeventien, in Kamperveen negen en in Oosterwolde twintig mensen. De stad Kampen kwam onder water te staan door een dijkdoorbraak in de buurt. De overstroming ging zo snel, dat de stad al onder water stond nog voordat inwoners in staat waren hun huisraad van beneden naar boven te brengen, vee naar hoger gelegen gebieden te vervoeren en zichzelf in veiligheid te brengen. Te Elburg verdronken 28 mensen. Ook op andere plaatsen braken dijken door, zoals op Texel en in het rivierengebied. In Amsterdam behoedde Jacob Eduard de Witte de stad voor een ramp, door de Amstelschutsluis en de schutsluizen in de stadsvesten te openen. Ten noorden van Amsterdam braken wel dijken door en een deel van Waterland stroomde onder water. Het dorp Oosthuizen wordt getroffen door overstromingen na de dijkdoorbraak bij Warder. Rondom de muren van Amsterdam was enkel water te zien. 

Watersnood van 1799

Doorbraak van de dijk te Bemmel en overstroming van het land, veroorzaakt door opeenhoping van ijsschotsen in de rivier de Waal, 27 februari 1799. Tijdens de watersnood van 1799 braken op verschillende plaatsen in het rivierengebied dijken na ijsgang, evenals bij de watersnood van 1784. Met name de dorpen Doornik en Haarsteeg werden zwaar getroffen. 
Watersnood van 1808
De watersnood van 1808 was een overstroming waarbij grote gebieden van de Nederlandse provincie Zeeland overstroomden. Ook de stad Antwerpen werd zwaar getroffen met veel materiële schade tot gevolg. In Zeeland kwamen 102 polders onder water te staan: 40 op Zeeuws-Vlaanderen, 20 op Zuid-Beveland, 19 op Tholen, 12 op Schouwen-Duiveland, 7 op Noord-Beveland en 4 op Walcheren. 
Watersnood van 1809
De watersnood van 1809 was een overstroming waarbij grote delen van Midden-Nederland in het gebied van Maas, Waal, Merwede en IJssel overstroomden. De overstroming maakte naar schatting 275 slachtoffers.


Watersnood van 1820
Bij de watersnood in 1820 overstroomden grote delen van de Alblasserwaard, na een aantal dijkdoorbraken op 23 januari. Ook de sluis tussen de Linge en het Kanaal van Steenenhoek te Gorinchem bezweek op 26 januari tijdens de gebeurtenissen van deze ramp. Een gebied ter grootte van 130.000 morgen (ongeveer 1300 km2) kwam tijdens deze ramp onderwater te staan. (De landstreek Alblasserwaard omvat 250 km².)
Stormvloed van 1825
De Stormvloed van 1825 was een stormvloed die plaatsvond tussen 3 en 5 februari 1825 en grote schade veroorzaakte langs de Nederlandse, Duitse en Deense Waddenkusten en met name de oostelijke kust van de Zuiderzee. Ook Vlaanderen werd getroffen. In de provincies Groningen, Friesland, Overijssel, Utrecht en Holland leidde de stormvloed tot ernstige dijkdoorbraken en overstromingen waardoor 379 mensen in Nederland het leven verloren. Hiervan vielen er 305 in de provincie Overijssel, 25 in de provincie Holland en 17 in de provincie Friesland. In alle landen samen vielen ongeveer 800 slachtoffers te betreuren.
De stormen van 1836
De eerste storm begon in de middag van 29 november 1836, een stevig briesje veranderde al snel in een orkaan die over Noord-Holland bulderde. Drie uur lang teisterde dit noodweer Spaarnwoude, huizenhoge golven spoelden het dorp binnen. Deze zuidwesterstorm zette het hele poldergebied tussen Sloten en Amsterdam onder water. Nadat men nauwelijks bekomen was van dit natuurgeweld was het op eerste kerstdag van hetzelfde jaar weer raak. De dijkgraaf riep op tot de zwaarste dijkbewaking. Deze keer was het een noordoostenwind die pal op de dijk en sluizen stond. Deze storm maakte het onmogelijk om de sluizen te openen en de schippers een veilige haven te bieden waardoor acht schepen te pletter sloegen tegen de dijk of sluizen en drie schepen zonken.
Watersnood van 1855
van 1855 was een overstroming ten gevolge van dijkdoorbraken in Midden-Nederland op 5 maart 1855. Vooral de Gelderse Vallei en het Land van Maas en Waal werden getroffen. De overstromingen vonden ook buiten deze gebieden plaats, in de gehele Betuwe, in grote delen van Noord-Brabant en Gelderland en het gebied dat zich uitstrekte in de Gelderse Vallei van Rhenen en Wageningen tot aan Amersfoort en de voormalige Zuiderzee. Er verdronken 13 mensen. 
Overstroming 1861
'Het was in de laatste dagen van januari 1861, dat de Waal die sinds enige tijd met een hechte ijs massa overdekt dicht gevroren zat, bij Nijmegen meermalen in beweging kwam. In de nacht van 31 januari op 1 februari zag deze kilometerslange ijsklomp kans zich ook verder benedenwaarts los te breken. Aan het benedeneinde van de uiterwaarden kon het water echter niet door vloeien. Het muurvaste ijs aan de ene kant en de dijk aan de andere kant vormde zodoende een trechter, die steeds smaller en nauwer werd. Het kon niet anders of het water, daarin op gevangen, moest tot een schrikbarende hoogte worden opgestuwd. Onder de aanhoudende aanwas steeg het spoedig boven nood peil. De overloop werd gedurig sterker en liet zich steeds dreigender aanzien. Met hevig geruis stortte het water zich over de dijk, grote ijsstukken mee voerend, om het vernielingswerk nog te bespoedigen. Helaas, dat werk werd plotseling voltooid.

1874: Berichtgeving in de Couranten over de storm, de dijkdoorbraak, gevolgen en de nasleep
25-03-1874 Winschoter Courant, woensdag
Bij den ramp aan de inpolderingswerken van den Dollard (zie ons vorig no.) is gelukkig geen enkel menschenleven te betreuren. Slechts 6 polderkeeten zijn door ’t water omvergeworpen. De grond is geheel in ’t provil bleven liggen, terwijl van de materialen niets meer wordt gemist. — De hooge vloed heeft alzoo meer een tijdelijke ontreddering dan vernieling teweeggebracht, —
Stormvloed van 1877
In de nacht van 30 op 31 januari 1877 woedde een zware storm in het Noordzeegebied. Er vielen slachtoffers in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland. De Westpolder en de Reiderwolderpolder in het noorden van Groningen overstroomden, waarbij respectievelijk 14 en 37 mensen verdronken

Stormvloed van 1906
De Stormvloed van 1906 is een stormvloed die plaatsvond op 12 maart 1906. Hierbij werden vooral Zeeland en Vlaanderen getroffen. Doordat de overstroming overdag plaatsvond, vielen er weinig dodelijke slachtoffers. De schade was aanzienlijk aan grote delen van de Belgische kust en het stroomgebied van de Schelde. Landverlies trad niet op. In Vlissingen werden zeer hoge waterstanden gemeten, die alleen bij de watersnood van 1953 zijn overtroffen. 
Na deze stormvloed is besloten om de dijken te voorzien van muraltmuurtjes. 

 

De Zuiderzeevloed van 1916

Vóór 14 januari 1916 had het al enkele dagen gestormd. Maar op die dag wakkerde de storm aan tot ruim 100 km/u. Normaal gesproken zou dit niet direct aanleiding zijn tot bezorgdheid, maar door de aanhoudende storm had het water al een zeer hoog peil bereikt. In Noord-Holland stond het water langs de Zuiderzee vóór de ramp door aanhoudende noordwestenwind al extreem hoog. Dagenlange regen had bovendien de slecht onderhouden dijken verslapt. Er ontstonden hier en daar al kleine overstromingen. Noordwaarts ruimende wind joeg in de ochtend van 14 februari 1916 het water over de Waterlandsche Zeedijk, die bij Katwoude en Uitdam brak en over een lengte van 1,5 kilometer werd weggeslagen. Ook bij Edam brak een dijk door. Het hele gebied rond Edam, Purmerend, Broek in Waterland, Durgerdam tot het IJ bij Amsterdam stond volledig blank. Bij de Anna Paulownapolder braken de dijken eveneens door.

Watersnoodramp 1953
De Watersnoodramp 1953 wordt beschouwd als de ergste natuurramp van de 20e eeuw. In de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari wakkert een Noordwesterstorm aan tot orkaankracht, terwijl het ook springvloed is. Het water stroomt over de dijken heen en zeedijken en binnendijken breken door. Grote delen van Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant komen onder water te staan: in totaal 165.000 hectare land. Meer dan 600.000 mensen worden dakloos, 1800 komen er om het leven. Het duurt bijna een jaar voordat alle overstroomde gebieden weer zijn teruggewonnen van de zee. 

Stormvloed van 1962

De stormvloed van 1962 was een natuurramp die in de noordelijke delen van Duitsland veel schade aanrichtte, in het bijzonder in Hamburg. De stormvloed uit de Noordzee was in de nacht van 16 op 17 februari 1962. De storm had een piek van 200 kilometer per uur. Deze wind 'duwde' de dijken kapot. Er vielen 347 doden. 

Allerheiligenvloed van 2006
Van 31 oktober op 1 november 2006 woedde in Duitsland de zwaarste storm sinds 1990. Deze storm is de geschiedenis ingegaan als de Allerheiligenvloed van 2006. 
Nederland
Bij Delfzijl is een waterstand van 4,83 m boven NAP gemeten, de hoogst bekende waterstand te Delfzijl tot dat moment. Het record van daarvoor, 4,63 m boven NAP, dateerde van 1825, toen tijdens de stormvloed van 1825 ruim 800 doden vielen. Op de pier in Holwerd waar de veerboot naar Ameland vertrekt, dreven door de stormvloed auto's de Waddenzee in.  In Marrum verdronken op de kwelder twintig paarden. Ruim honderd andere paarden raakten door het door de storm veroorzaakte hoge water ingesloten, wat leidde tot landelijke media-aandacht en een reddingsactie. In de Eemshaven liep een bouwput van een haven in aanbouw onder water.  Dankzij de sinds het Deltaplan verhoogde dijken waren er ondanks de hoge waterstanden geen overstromingen binnendijks in Nederland. 

 

Vorige bericht Terug Volgend bericht