Overpeinzingen

Overpeinzingen

Pieter Jan Bakker 

Steeds vaker denk ik terug aan hoe het vroeger was.
Doordat onze regering ons min of meer heeft opgesloten, hebben we vaak ook niet veel anders meer te doen. En dan komen allerlei soort gedachten bovendrijven.
B.v.: steeds vaker heb ik het idee dat mijn jong overleden vader toch nog wel weer terugkomt.

Dat vereist enige uitleg:
Toen ik nog maar net acht jaar oud was overleed hij, van de ene nacht op de andere.
Hij voelde zich niet lekker en mijn moeder ging een glas water voor hem halen beneden in de keuken.
In die tijd had je maar één kraan en die was uiteraard in de keuken. Toen ze weer boven kwam met dat glas water was hij al dood. Daar hebben mijn broertje Sijtze en ik niets van gemerkt.
We gingen ‘s ochtends gewoon naar school. Alleen werden we die dag van school opgehaald door bevriende mensen van de kerk (die wij eigenlijk maar ternauwernood kenden) en bleven daar drie dagen. Vonden we maar raar.

Toen we na drie dagen weer thuiskwamen werd ons uitgelegd dat vader was overleden; dood was; en begraven. En wel aan de overkant van ons huis aan de Rijksstraatweg waar de begraafplaats de Eshof was/is. We woonden toevallig (toeval!) tegenover die begraafplaats. I n de winter als de bladeren van de beukenhaag die er omheen staat, waren gevallen kon ik zijn grafsteen zien. Daar lagen, tien meter ervan af, ook twee van mijn broertjes die heel jong én voor mij gestorven waren. Ook een buurjongetje dat heel jong overleed én het zoontje van onze Hervormde dominee Mooi dat helaas bij het oversteken van de Rijksstraatweg bij de Emmalaan door een auto werd aangereden en dat niet overleefde.
Eigenlijk was ik daar als achtjarige niet zo mee bezig. Je wist niet beter dat dat gewoon de ‘normale’ situatie was. Je was vooral bezig jezelf én daarnaast ook én vooral de wereld te ontdekken.
 

Pas toen ik zeven jaar later een stiefvader kreeg waar ik niet mee op kon schieten,  begon ik voor het eerst mijn echte vader te missen. En nog veel jaren later, toen ik zelf kinderen had en mijn huwelijk spaak begon te lopen: toen kwam pas voor het eerst naar boven: wat had ik nu graag een vader gehad die mij had kunnen raden, mij wijze raad geven. Waar ik mee zou kunnen praten. Ik miste hem gewoon!   Voor het eerst echt heel erg! Een troost was, dat mijn moeder, die wijze vrouw, die zielsveel van hem gehouden heeft en prachtige gedichten voor hem schreef, nog wél steeds leefde.
Terwijl ze een man en twee kinderen had verloren! Ga er maar aan staan! Chapeau!


Maar mijn punt is nu dus:
Terwijl ik inmiddels 78 jaar ben en meer een bèta-man dan een alfa-man ben, heb ik nog altijd dat kinderlijke idee dat hij nog wel weer eens terugkomt. Om mij te helpen. Raad te geven. Dat is toch raar!
Na een heel mensenleven weet je toch wel beter? Maar dat gevoel wordt alleen maar sterker.


Heeft U dat nou ook meneer? (mevrouw)

Later bericht Overzicht Eerder bericht