Lichtmatroos

Lichtmatroos

Hoe een lichtmatroos met zijn coaster recht op het strand van den Helder afkoerste.

De “Scheepsjongens van Bontekoe” had ik op mijn 14e gelezen en dat wilde ik ook. Zo’n avontuurlijk leven op zee en vreemde steden en landen verkennen. Dus wilde ik ook naar zee en lichtmatroos worden om dezelfde avonturen te beleven. Mijn moeder was mordicus tegen dat plan maar tenslotte ging ze akkoord met als voorwaarde dat ik dan pas in de grote vakantie zou gaan varen.  “Dan kun je altijd nog terug naar school als het je toch niet zou bevallen”. zei ze.

Dat vond ik redelijk.
 

auteur: Pieter Jan Bakker Zandbergen Nzn

En zo doorliep ik alle keuringen, haalde mijn monsterboekje en liet me een week voor de grote vakantie, op m’n 15e inschrijven als lichtmatroos bij het Arbeidsbureau. Toen nog in de Stationsstraat in Groningen met één kamer speciaal voor de zeevaart. Die speciale kamer, alleen voor de scheepvaart, maakte toentertijd een onuitwisbare indruk op me. 

 

Nu, meer dan 60 jaren later, zie ik nog steeds die gang en die ‘heilige’ kamerdeur voor me.En die strenge meneer die me aan een kruisverhoor onderwierp: wat ik wel niet dacht de glorieuze Nederlands scheepvaart te kunnen bieden.Dat wist ik hem eigenlijk niet duidelijk te maken, maar…. tot mijn verbazing werd ik desondanks, toch ingeschreven. Kennelijk zag hij in mij bepaalde kwaliteiten die ikzelf niet kende, maar die hij wél zag. Op de eerste dag van de grote vakantie was ik net begonnen om eerst eens lekker vakantie te vieren; kreeg ik daar op de tweede dag al bericht van het Arbeidsbureau! De volgende dag diende ik mij te melden in Appingedam. Bij de strokartonfabriek De Volharding, (hoe bedenk je zo’n naam? Die fabriek bestaat al ééuwen niet meer!), maar goed, die had een insteekhaven en daar lag de CONDOR. Een klein coastertje, 230 BRT. 

Die was al volgeladen met superzware rollen strokarton, die moesten naar Swansea, Wales, aan het kanaal van Bristol. De luiken waren ook al dicht. Dus konden we, zodra ik aan boord was, via het Damsterdiep en het Eemskanaal naar de buitenhaven van Delfzijl varen. Voordat we daar uitvoeren, gebeurden er nog allerlei schokkende zaken waar ik U  veel over zou kunnen verhalen. Maar daar gaat het nu niet over, we zouden koersen over de Noordzee en  Het Kanaal en daarna Cornwall ronden en vervolgens naar Swansea. We voeren uit en ter hoogte van Borkum ging de loods van boord. Dáár kom je eigenlijk pas echt op die grote oneindige Noordzee. En wat was ik blij dat ik nog niet zeeziek was geworden. Ik was even vergeten dat we nog steeds op een uitloper van de Eems voeren. Ik had tot op dat moment in de stuurhut alles vol belangstelling gevolgd. De vuurtoren van Borkum die langzamerhand vervaagde. Béére-interessant! Tot de kapitein zei, toen de loods van boord was: “Neem jij het roer nu maar over”
 

PANIEK!


Hoezo roer overnemen? Dat heb ik niet geleerd! Ik kan niet eens een auto besturen. Laat staan een schip! “Niks mee te maken. Achter het roer!” Bovendien: hoezo roer? Dat is toch gewoon een stuur? Terwijl ik bovendien langzamerhand toch wél steeds zeezieker werd, stond ik daar achter dat stuur(wiel). Het was een maanvolle, dus lichte, nacht en als ik achter me keek zag ik een enorme zigzaggolf. Een schip is nu eenmaal geen auto. Als je bij een auto aan het stuur naar links draait, gaat hij direct naar links en desgewenst ook  andersom. Een schip mooi niet! Die heeft veel meer massa. En ligt bovendien in water. Als je naar links stuurt en dan (op  het kompas) weer rechtdoor, reageert dat kreng niet en blijft nog een tijdje naar links gaan. (naar bakboord hebben ze me  uitgelegd, ook al zo’n rare term!).  En dat geldt dus ook andersom. (naar stuurboord). 

In de loop van de lange nacht waren we alle eilanden met hun vuurtorens gepasseerd, Schier, Ameland, Terschelling met zijn oude vertrouwde Brandaris, Vlieland, Texel, Den Helder met zijn Lange Jan en voeren we langs de Noord-Hollands kust richting zuiden. 

 

Ik stond nog steeds achter dat roer en die zigzaglijn zag er steeds beter uit. Rechter. De kapitein kwam ook steeds  minder vaak kijken. Die verdween steeds vaker naar zijn privé-hut en dan stond ik weer een tijd moederziel alleen achter dat vermaledijde roer (stuurwiel). Als hij even weer kwam kijken, rook ik wel steeds meer een bepaalde lucht. Tijdens mijn korte zeemansleven ontdekte ik al snel dat dat de lucht was van ‘jonge klare’, jenever dus. 


Die zigzaglijn werd overigens langzamerhand steeds rechter, daar was ik nogal tevreden over. Had ik het zeemansbloed toch in mijn aderen.  Zo voer ik in mijn eentje met die coaster langs de Hollandse kust. Nu had ik op mijn eindexamen een negen (9) op aardrijkskunde gehaald en ik wist dus echt wel hoe die Hollandse kust in elkaar stak. D.w.z. ik wist ook wel dat we, terwijl het langzamerhand een klein beetje licht begon te worden, in de buurt van de Nieuwe Waterweg waren. Plotseling zag ik in de verte allemaal lichtjes dwars op mijn (onze) koers. Mijn inschatting was dat dat een groot  koopvaardijschip was op weg naar Engeland en wie weet: naar Amerika.  Wellicht zo’n supergroot passagiersschip! De kapitein kon ik niet om raad vragen (die zat alweer een tijd in zijn privé-hut) dus besloot ik maar op eigen initiatief van de koers af te wijken en achter dat grote schip dat de Nieuwe Waterweg uitvoer, langs te varen. Ik had natuurlijk ook allerlei boeken gelezen waarin verhaald werd hoe bv. oorlogen gewonnen werden omdat enkelingen niet de  kadaverdiscipline volgden maar tegen de regels in zelf initiatief toonden. En waardoor de oorlog natuurlijk gewonnen werd! Helaas heb ik met deze heldendaad geen geschiedenis kunnen schrijven.!

 

De kapitein kwam gelukkig nog net op tijd terug in de stuurhut, keek op het kompas, zag al die lichten, vloekte zoals ik het nooit meer gehoord heb, schopte me achter dat stuurwiel vandaan en stuurde het schip rechtsomkeert de Noordzee weer op. Wat bleek: die lichtjes die ik voor een groot koopvaardijschip had aangezien, waren de bakens, de boeien, de betonning die de Nieuwe Waterweg op zee markeren vo r de schepen die van en naar Rotterdam varen. Een aantal heeft ook verlichting! Omdat ik daar achterlangs wilde varen en steeds meer naar links (bakboord) had gestuurd, voer ik tenslotte recht op het strand van Den Helder af! De kapitein heeft dat op het nippertje weten te voorkomen. Anders had ik zeker de analen gehaald als: de enige lichtmatroos ooit die zijn schip recht het strand opvoer.


 

Later bericht Overzicht Eerder bericht