Het jaar 1572, het begin van de ‘geboorte van Nederland’

Het jaar 1572, het begin van de ‘geboorte van Nederland’

Op 1 april 1572, in 2022 450 jaar geleden, nemen de Watergeuzen Den Briel in. Het is de aanleiding voor veel steden en dorpen in de Nederlanden om in opstand te komen, onder leiding van Willem van Oranje tegen de Spaanse landsheer Filips II. Het jaar 1572 is een keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog en kan worden gezien als het begin van ‘de geboorte van Nederland’.
Een groot deel van de 16e eeuw behoren de 17 gewesten van de Nederlanden tot het Spaanse keizerrijk van Karel V. De gewesten hebben hun eigen wetten en willen onafhankelijk blijven. Karel wil dat de Nederlanden meebetalen aan de oorlogen die hij voert. Tevens wil hij de onrusten van de protestanten onderdrukken. Hij stelt een tribunaal in, de inquisitie, om mensen te straffen die een ander geloof dan het katholieke aanhangen.

(Bron: Degeboortevannederland.nl, PZC.nl, Nemokennislink.nl, Historischmuseumdenbriel.nl, Historiek.net, NPOkennis.nl, NOS.nl, Wikipedia. Foto’s: ANP)

“Les Geux”, de Geuzen
In 1555 volgt Filips II zijn vader op en hij zet zijn vaders strenge religieuze politiek voort. Filips wil nog meer macht in zijn rijk en gaat het bestuur in de Nederlanden meer zelf bepalen. Iedereen moet katholiek zijn en protestanten worden gestraft of zelfs gedood. Filips verblijft in Spanje en stelt zijn halfzus Margaretha van Parma aan als landsvoogdes. Ongeveer 200 hooggeplaatste edelen verzet zich tegen de vervolging van de protestanten en bieden op 5 april 1566 in Antwerpen Margaretha een ‘smeekschrift’ aan om hiermee te stoppen. Margaretha weet niet zo goed wat zij hiermee moet doen. Haar raadsman vertelt haar dat het hier om “armoedzaaiers” of “bedelaars” gaat, “les geux” in het Frans. De vervolging van protestanten stopt voor een korte tijd. De opstandelingen zullen zich later Geuzen gaan noemen als ‘geuzennaam’.


Zilveren munt met de afbeelding van Filips II.

Het protestantisme krijgt steeds meer aanhangers. Protestantse kerkdiensten zijn verboden en daarom houden zij hun diensten in de open lucht. Deze diensten worden “hagenpreken” genoemd. Tijdens deze diensten wordt de katholieke kerk openlijk bekritiseerd. Hierdoor begint de vervolging van protestanten weer. Die raken meer en meer gefrustreerd. Op 10 augustus 1566 bestormen woedende protestanten een katholiek klooster bij Steenvoorde. Ze vernielen alle religieuze beelden. Dit is de 1e zogenaamde ‘Beeldenstorm’ en er zullen er meer volgen.

Introductie Fernando Álvarez de Toledo, de hertog van Alva
Filips is woedend en vindt dat zijn halfzus niet hard genoeg optreedt. Hij vervangt haar in 1567 door een nieuwe landvoogd, Fernando Álvarez de Toledo, de hertog van Alva, bijgenaamd de ‘IJzeren Hertog’ vanwege zijn wrede optreden. Alva stelt een strenge rechtbank in, de Raad van Beroerten genaamd, ook wel de Bloedraad genoemd, om de protestanten te straffen of te doden. Tevens voert hij nieuwe belastingen in, waartegen de burgers zich heftig verzetten.

Willem van Oranje
Willem van Oranje (Dillenburg, Duitsland, 24 april 1533) erft als 11-jarige graaf van Nassau-Dillenburg het prinsdom Orange in Zuid-Frankrijk en bezittingen in de Nederlanden. Hij ontwikkelt zich als grote leider van de opstand die tegen Filips en het Spaanse gezag uitbreekt. Aanvankelijk is de relatie tussen Willem en de Spaanse koning goed. Hij benoemt Willem in 1559 tot stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Die relatie bekoelt als Willem zich keert tegen de vervolging van protestanten. Op 31 december 1564 zegt hij in de Raad van State het volgende over het conflict met Filips: “Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen.” Willem wordt de belangrijkste tegenstander van de hertog van Alva.

Rond 1570 begint de opstand een militair karakter te krijgen. Uit die tijd stamt ook het Wilhelmus waarin de worsteling van de loyaliteit van Willem wordt bezongen. Hij is “den vaderland getrouwe” maar eert ook “den koning van Hispanje”. In 1568 slaat Filips hard terug. Hij laat veel protestanten arresteren en de graven van Horne en Egmond worden in Brussel onthoofd. Willem weet ternauwernood te ontsnappen. Hij begint met het voorbereiden van een invasie vanuit zijn kasteel in het Duitse Dillenburg. Het 1e succes is de winst in de Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1558 door de broers van Willem van Oranje, Lodewijk en Adolf van Nassau. Adolf komt hierbij om het leven. Het markeert het begin van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).
Het zal een heftige strijd worden. De Nederlanden zijn niet alleen in oorlog met de Spanjaarden, maar ook onderling breken onlusten uit. Steden, families en vrienden staan lijnrecht tegenover elkaar. Sommigen blijven trouw aan Filips, anderen nemen deel aan de opstand onder leiding van Willem van Oranje. Van tolerantie is in die tijd geen sprake: zowel de troepen van Filips als die van Willem trekken moordend en plunderend door stad en platteland.


“Op 1 april verloor Alva Den Briel”
Vanaf 1572 veroveren de Geuzen en de Watergeuzen steden in de Nederlanden. De Watergeuzen vallen schepen aan die van en naar de Nederlanden varen. In 1572 krijgen ze van de koningin van Engeland geen toestemming meer om de Engelse havens aan te doen. De Watergeuzen besluiten daarop om naar Noord-Duitsland te varen. Een storm breekt echter los en daarom gaan ze op 1 april 1572 voor anker bij Den Briel. Leiders van de Watergeuzen Willem Blois van Treslong en admiraal Lumey besluiten Den Briel in te nemen, hetgeen lukt. Op 5 april voorkomt timmerman Rochus Meeuwisz dat de stad weer in handen van de Spanjaarden valt. Hij hakt de Nieuwlandse sluis open, waardoor de landerijen rond de stad onder water komen te staan.
Hierdoor wordt de aanval van de Spanjaarden afgewend. De inname van Den Briel wordt gezien als het begin van de feitelijke opstand tegen Filips. De schildspreuk van Den Briel luidt daarom: Libertatis Primitiae, “eersteling der vrijheid”. Kinderen onthouden de overwinning van de watergeuzen op de hertog van Alva met de zin: “Op 1 april verloor Alva zijn bril.” Feitelijk is het: “Op 1 april verloor Alva Den Briel.” Ongeveer 2 weken na de inname van Den Briel doet Willem de oproep aan het volk om in opstand te komen tegen de koning van Spanje en de hertog van Alva.

Vlissingen in opstand
Op 6 april komt Vlissingen in opstand als het stadsbestuur met de Spaansgezinden onderhandelen over de inkwartiering van nieuwe soldaten. Hetgeen onbespreekbaar is voor de burgers. Ze nemen het heft in eigen handen en roepen de hulp in van de Watergeuzen. Als die in de buurt zijn, verwelkomen de inwoners van de Zeeuwse stad de bevrijders. Middelburg en Goes blijven trouw aan Spanje.
Op 10 juni nemen de Geuzen Zutphen in. Ze vernielen kerken en kloosters en verkrachten en vermoorden geestelijken. Op 21 juni bezetten de Geuzen Gouda en 4 dagen later Dordrecht. Op 25 juni worden 5 katholieke geestelijken uit Almaar in Enkhuizen gemarteld en vermoord. Datzelfde gebeurt 2 weken later met 19 geestelijken, de ‘Martelaren van Gorcum’, die in Den Briel door de Watergeuzen worden vermoord.

Eerste Vrije Statenvergadering
De Eerste Vrije Statenvergadering vindt plaats op 19 juli 1572 in Dordrecht. Tijdens deze vergadering zweren 12 steden trouw aan Willem van Oranje. Op 26 juli sluit Delft zich aan bij de opstand en 5 dagen later worden de Spanjaarden uit Zaltbommel verdreven. Op 11 augustus is Kampen bevrijd en 3 dagen later Zwolle. In oktober begint de zoon van Alva, Don Frederik, een strafexpeditie tegen de opstandige steden. Op 16 november heroveren de Spaanse troepen hierop Zutphen en vermoorden honderden burgers. Zwolle en Kampen geven zich daarom vrijwillig over. Op 1 december vindt het bloedbad van Naarden plaats. Don Frederik vermoordt bijna alle inwoners van de stad.
Ook in 1573 en 1574 gaat de oorlog onverminderd door. Zo laat Don Frederik Alkmaar op 21 augustus omsingelen en begint het beleg van Alkmaar. Op bevel van geuzenleider en gouverneur van West-Friesland Diederick Sonoy worden de sluizen geopend en de dijken doorgestoken. Waarna Don Frederik zich terugtrekt. Op 8 oktober is het beleg voorbij. Alva neemt ontslag en op 18 december 1573 verlaat hij de Nederlanden.

Unie van Atrecht en Unie van Utrecht
Spanje herovert hele gebieden, waardoor er twijfel heerst over het continueren van de opstand. In 1575 wordt Spanje bankroet verklaard en moet er worden bezuinigd op de troepen. Dit heeft als gevolg dat Spaanse troepen gaan muiten. Op 4 november 1576 vermoorden ze zo’n 8.000 burgers van Antwerpen en vernietigen de stad grotendeels. Bij de Pacificatie van Gent in dat jaar besluiten 17 opstandige gewesten dat de Spanjaarden de Nederlanden moeten verlaten en wordt Willem van Oranje regeringsleider. Duidelijke afspraken over godsdienstvrijheid zijn er dan nog niet.
Aan het eind van de jaren 1570 zijn de Zuidelijke Nederlanden ontevreden met de opstand en dan vooral met de godsdienstpolitiek van Willem. Zij verenigen zich in de Unie van Atrecht in januari 1579, om zich met Filips te verzoenen en het katholicisme weer als enige geloof is toegestaan. Hierop verenigen de noordelijke provincies zich in diezelfde maand in de Unie van Utrecht, om de strijd voort te zetten tegen de Spanjaarden, onder leiding van Willem van Oranje. In de Unie van Utrecht zijn de 7 gewesten verenigd “alsof zij slechts één provincie waren”. Het centrum van de macht ligt bij de Staten Generaal. De Unie kan worden gezien als een aanzet voor een parlementair bewind.

Plakkaat van Verlatinghe
Filips laat Willem in 1580 vogelvrij verklaren. Willem schrijft een verontschuldiging, een ‘apologie’, waarin hij uitlegt waarom hij niet anders kan en de koning moet afvallen. Hij wil de opstand rechtvaardigen en die van een burgeroorlog veranderen in een opstand tegen een buitenlandse onderdrukker. Willem zegt dat de Nederlanders zich in goed vertrouwen aan de voorouders van Filips hebben onderworpen. Maar door zijn wrede optreden heeft hij dat vertrouwen geschonden. Daarmee hebben de Nederlanden en Willem van Oranje geen verplichtingen meer aan hem. Het legitimeert de Staten-Generaal de koning van Spanje te verlaten en een nieuwe vorst te kiezen. Dit wordt vastgelegd in het Plakkaat van Verlatinghe op 26 juli 1581.
 
Het Plakkaat van Verlatinge in Museum Prinsenhof Delft.
Het kan worden gezien als de Nederlandse onafhankelijkheidsverklaring. De tekst is revolutionair en wordt later gebruikt om een opstand te rechtvaardigen en hoe een volk zijn soevereiniteit kan terugeisen. Over de relatie tussen vorst en onderdanen staat in het Plakkaat: “Zijn onderdanen zijn niet door God geschapen te zijnen behoefte, de vorst is er daarentegen ter wille van zijn onderdanen – want zonder hen is hij geen vorst.” Tijdens zijn inauguratie in 2013 noemt koning Willem-Alexander het Plakkaat “de geboorteacte van Nederland”.
Het idee van een afspraak tussen vorst en onderdanen, een ‘sociaal contract’, wordt later groot gemaakt door verlichtingsdenkers als Thomas Hobbes, John Locke en Jean-Jacques Rousseau. Het Plakkaat kan worden gezien als een blauwdruk voor onder andere de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring van 1776.

Moord op Willem van Oranje en Vrede van Münster
De katholiek Balthasar Gerards vermoordt op 10 juli 1584 in Delft de vogelvrijverklaarde Willem van Oranje, ook wel de ‘Vader des Vaderlands’ genoemd. Met 3 schoten, waarvan 2 Willem raken, maakt Gerards een einde aan de leider van de opstand.
 
Graf Willem van Oranje
Filips is dus in 1581 afgezet als vorst. De Staten-Generaal gaan op zoek naar een nieuwe koning, maar kunnen geen geschikte vinden. In 1588 wordt daarom de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gevormd. Een land zonder vorst is uniek in die tijd.

Pas op 16 mei 1648, tijdens de Vrede van Münster, tekenen de Nederlanden en Spanje de vrede en is de Tachtigjarige Oorlog voorbij. De Nederlanden worden opgesplitst in de Noordelijke Nederlanden en de Zuidelijke Nederlanden die onder Spaans bewind blijven. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wordt internationaal als soevereine staat erkend.

Vorige bericht Terug Volgend bericht