Blijft iedereen sparen tot na de dood?

Blijft iedereen sparen tot na de dood?

Ik houd van jullie. En, oh ja, willen jullie de AOW van deze maand nog even op een termijndeposito bij Leaseplan zetten.’ Het zouden de laatste woorden van een Nederlandse babyboomer kunnen zijn. Sparen is een levensdoel geworden, zo geen obsessie. Hoe ouder ze worden, hoe meer ze sparen.

 

Peter de Waard 

In het verleden was spaargeld een appeltje voor de dorst voor de oude dag. Mensen sparen tot het pensioen, daarna zouden ze moeten gaan ontsparen. Het geld opmaken, verbrassen, weggeven of desnoods over de balk gooien. Maar zelfs na de dood stijgt hun spaartegoed nog. Slechts 7 procent van de Nederlandse 68-plussers ontspaart, zo blijkt uit onderzoek van de Rabobank.

Dat is in de strijd met de levenscyclustheorie die economen hanteren. Op jonge leeftijd wordt meer uitgegeven dan aan inkomen wordt gegenereerd, omdat mensen geld nodig hebben voor het kopen van een huis, spulletjes en eventueel opleidingen. Op middelbare leeftijd worden die schulden afgebouwd en wordt geld opzijgelegd voor later. Op oudere leeftijd wordt meer uitgegeven dan er binnenkomt. Volgens deze hypothese zal door de vergrijzing de rente en inflatie stijgen.

Maar het model werkt niet. ‘Geheel in strijd met de standaard economische theorie blijken ouderen in Nederland hun spaargeld niet op te maken tijdens hun pensioen’, stelde het CPB. De babyboomgeneratie lijkt zo vermogend mogelijk te willen sterven, hoewel het geld niet meegenomen kan worden in het graf. Het gemiddeld hoogste spaarsaldo hebben de 85-plussers. ‘De babyboomers geven hun vermogen niet uit, maar proberen het veilig te stellen of zelfs te vergroten’, concludeerde The Economist op grond van een wereldwijde inventarisatie.

 

In de VS, waar babyboomers van tussen de 65 en 74 jaar 20 procent van de bevolking uitmaken, bezitten ze inclusief pensioenrechten 52 procent van het vermogen – in totaal 76 biljoen dollar. In de jaren negentig gaven deze ouderen nog 10 procent meer uit dan ze binnenkregen, waardoor hun vermogen kromp. Maar sinds 2015 houdt dezelfde generatie 1 procent over.

Mogelijk voelen deze ouderen zich verplicht hun kinderen financieel bij te staan. Ook denken ze massaal tot hun 100ste jaar te blijven leven, waardoor meer geld moet worden gereserveerd voor zorg. Ook in Nederland sparen ouderen door, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Totaal bezitten de 65-plussers 916,4 miljard euro, waarvan 154,2 miljard euro aan de bank en spaartegoeden. Hiermee hebben 65-plussers exclusief hun pensioenrechten 37 procent van het totale vermogen in Nederland in handen en 39 procent van de spaargelden, terwijl zij 28 procent van het aantal huishoudens uitmaken.

In 2022 hield de Rabobank een enquête onder 68-plussers. Liefst 60 procent van deze groep houdt meer geld over dan wordt uitgegeven. Nog eens een kwart zegt precies rond te komen, 8 procent geeft geen antwoord en slechts 7 procent ontspaart.

Misschien zou de rest van Nederland het laatste halfjaar van het leven verplicht in een vijfsterrenhotel moeten bivakkeren om hun spaargeld te ontfutselen in het belang van de economie.

Hun laatste woorden zouden moeten zijn: ‘Ik ben in mijn leven mooi rondgekomen.’

 

Vorige bericht Terug Volgend bericht