Older

Veur joaren leden was ‘k wint om niks te vergeten
Niks nait versleten, aaltied op tied eten
Zunder muite elke volgende dag deur
Een goud geheugen, Een goud geheugen
Tís nou anders nou dat ‘t nait meer goud gait
As of tied stil staait, as of tied stil staait
Mien dokter zegt mie het wordt aal mor aarger
Noeit meer beter, noeit meer beter

Het vuilt veur mie zo vrumd
Joa ’t vuil veur mie zo roar
Mien doagelieks gedou
Hoal ik nait meer veur mekoar
Het vaalt naait oet te leggen
En ’t vaalt veuraal nait mit
As minsen van mie zeggen, hai is zo, hai is zo
Dement

 


Metafoor.
____________________________________________________

Ik ben als een boom, door veel honden bezocht
ze zeiken wat af in m'n straat
's morgens en 's middags maar ook 's avonds laat
ik voel me er knap mee bekocht

dan komt er weer een met schurft aan z'n poot
een ander, die zit zonder baas
een derde heeft last van z'n lever of blaas
en gaat van de pijn bijna dood

ik vraag me dan af: er is een asiel
waarom gaan ze daar dan niet heen
met al hun gejank en gedrens

maar toch blijf ik staan, soms met pijn in mijn ziel
en geef steeds mijn schors weer te leen
een boom is toch ook maar een mens

april 1987


Elegie

__________________________________________________

waar vind ik dan die God van Abraham, Isaak en Jacob;
in kruisraketten en hongersnood ?
of in de eerste kreet van een
pasgeboren baby ...”

waar vind ik dan die God van liefde;
in Zijn kerk, die koud is en leeg ?
of in de armen van iemand
die liefheeft ...

waar vind ik dan die God van barmhartigheid;
bij lepralijders, junkies, werklozen ?
of bij mensen die
geven om elkaar ...

 

waar vind ik dan die God van gerechtigheid
in concentratiekampen, misschien bij
bijstandsmoeders ?
of in solidariteit, verantwoordelijk zijn
voor elkaar ...

waar vind ik dan die God van Jou;
bij gescheiden mensen die
eigenlijk toch aan de kant staan ?

misschien wel;

want verdriet is een strenge leermeester
en barmhartigheid zie je slechts -soms-
in kinderogen.

toen ik een kind was, sprak ik als een kind,
voelde ik als een kind, dacht ik als een kind;
nu ik een man geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd.

..........en ik vraag me af, of ik er ook maar iets mee ben opgeschoten........

mei 1984


 

Middelbaar onderwijs

Het mooiste meisje van de klas
Verschikt onwennig bij haar schouder
Een bandje van haar bustehouder;
Ze draagt dat rare ding maar pas.

De meester, achter brillenglas
Ziet toe, ontroerd, en denkt: Wat zou d’r
Gebeuren als zij tien jaar ouder
En ik eens tien jaar jonger was?

Ach, hij vergeet hoe hij verdorde
En hoe haar leven net begint.
In stilte wordt door hem bemind
De schone vrouw, die zij zal worden.

Dan praat ze wat, het lieve kind
En streng roept hij haar tot de orde.

(Driek van Wissen, 1978 - 2010)